een gele cirkel die aangeeft dat dit de beheersende heer van het hexagram is Negen op de tweede plaats betekent:

De onbeschaafden in mildheid verdragen,
Vastberaden de rivier doorwaden,
Niet verwaarlozen wat veraf is,
Geen rekening houden met kameraden:
Zo speelt men het wellicht klaar,
In het midden te wandelen.


In tijden van bloei is het vóór alles van belang dat men de innerlijke grootheid bezit om ook onvolwaardigen te verdragen. Immers, een groot meester kent geen onbruikbaar materiaal. Hij kan van alles nog iets maken. Deze breedheid van opvatting is echter geenszins nalatigheid of zwakte. Men moet juist in tijden van bloei steeds bereid zijn zo nodig ook gevaarlijke ondernemingen, zoals het doorwaden van een rivier, te wagen. Evenzo is het van belang niet te verwaarlozen wat veraf is maar met stiptheid voor alles te zorgen. Vooral moet men zich hoeden voor partijgeest en clique-heerschappij. Al komen gelijkgezinden te samen naar voren, zij mogen niet in onderlinge solidariteit een afzonderlijk blok vormen, maar elk moet zijn plicht doen. Deze vier dingen zijn het waardoor men het verborgen gevaar dat in elke vredesperiode op de loer ligt - het gevaar van het gaandeweg en ongemerkt verslappen - kan overwinnen. Op deze wijze vindt men de juiste middenweg voor zijn handelingen.