Bovenaan een zes betekent:

Men komt in het gat terecht.
Daar komen ongenode gasten, drie in getal.
Eer hen, dan komt tenslotte heil.


Het wachten is voorbij; het gevaar kan niet meer worden afgewend. Men komt terecht in het gat, en moet zich schikken in het onvermijdelijke. Alles schijnt vergeefs te zijn geweest. Maar juist in deze hoogste nood nemen de gebeurtenissen een onverwachte wending. Zonder dat men zelf ingrijpt gebeurt er iets van buitenaf. Aanvankelijk is het niet duidelijk wat de bedoeling ervan is: redding of algehele vernietiging. Dan komt het er op aan dat men innerlijk beweeglijk blijft. Men moet zich niet stug en afwijzend in zichzelf opsluiten maar de nieuwe wending eerbiedig welkom heten: dat is de juiste houding. Zo komt men tenslotte uit de gevarenzone, en alles gaat goed. Ook gelukkige wendingen komen vaak in een vorm die op het eerste gezicht verontrustend lijkt.