HET OORDEEL:


Het ontvangende bewerkt verheven welslagen,
Bevorderend door de standvastigheid van een merrie.
Heeft de edele iets te ondernemen en wil hij vooruit,
Dan verdwaalt hij; volgt hij, dan vindt hij leiding.
Bevorderlijk is het, in het Westen en Zuiden vrienden te vinden,
In het Oosten en Noorden vrienden te ontberen.
Rustige standvastigheid brengt heil.


De vier fundamentele aspecten van het Scheppende: 'verheven welslagen, bevorderend door standvastigheid' vindt men hier terug om het Ontvangende te kenschetsen. Alleen wordt de standvastigheid hier nader gedefinieerd als de standvastigheid van een merrie. Het Ontvangende kenschetst de ruimtelijke werkelijkheid tegenover de geestelijke mogelijkheid van het Scheppende. Als het mogelijke reëel of het geestelijke ruimtelijk wordt dan geschiedt dat altijd door een beperkende, individuele werking. Vandaar dat aan de uitdrukking 'standvastigheid' de nadere bepaling 'van een merrie' is toegevoegd.
Het paard behoort bij de aarde gelijk de draak bij de hemel. Door zijn onvermoeide beweging over de vlakte symboliseert het de wijde ruimte van de aarde. Het symbool 'merrie' is gekozen omdat de merrie de kracht en de snelheid van het paard verenigt met de zachtheid en de gedweeheid van de koe.
Alleen doordat de natuur tegen het wezen van het Scheppende opgewassen is, kan ze de ontvangen impulsen verwezenlijken. Haar rijkdom bestaat daarin dat ze alle wezens voedt; haar grootheid daarin dat ze alles mooier en heerlijk maakt. Zo schept zij voorspoed voor alles wat leeft. Terwijl het Scheppende dingen verwekt, brengt het Ontvangende ze ter wereld.* Overgedragen op menselijke verhoudingen gaat het erom dat men zich gedraagt zoals de situatie dit verlangt. Men is niet in een zelfstandige positie maar werkzaam als hulpkracht. Dan is het zaak iets te presteren. Men moet geen leiding willen geven, daardoor zou men alleen maar van de weg afdwalen. Men moet zich làten leiden, dat is hier de opgave. Wie zich aan het lot weet over te geven vindt stellig de juiste leiding. De edele laat zich leiden. Hij gaat niet blindelings voorwaarts, maar leidt uit de omstandigheden af wat er van hem verlangd wordt, en volgt deze vingerwijzing van het lot. Als de denkbeelden die men ten uitvoer moet brengen eenmaal vastliggen heeft men helpers en vrienden nodig in het uur van arbeid en inspanning. De tijd van arbeid en inspanning wordt door het Westen en het Zuiden uitgedrukt. Deze vormen het symbool voor de plaats waar het Ontvangende aan het werk is voor het Scheppende, gelijk de natuur in de zomer en in de herfst; als men dan niet alle beschikbare krachten samenvat komt men niet klaar met het werk dat men te verrichten heeft. Daarom betekent 'vrienden krijgen' hier bepaaldelijk dat men leiding vindt. Maar behalve de arbeid en de inspanning is er ook een tijd voor het maken en het uitwerken van plannen; daarvoor heeft men de eenzaamheid nodig. Het Oosten symboliseert de plaats waar men de opdrachten van zijn meester ontvangt, en het Noorden de plaats waar men verslag uitbrengt over hetgeen men heeft gepresteerd. Daar moet men alleen zijn en objectief. In dit heilig uur moet men het zonder kameraden stellen, opdat de reinheid niet vertroebeld wordt door partijhaat of partijgunst.



______________

*: Men vindt hier een soortgelijke opvatting als Goethe tot uitdrukking brengt in de volgende verzen:

'So schauet mit bescheidenem Blick
Der ewigen Weberin Meisterstück,
Wie ein Tritt tausend Fäden regt,
Die Schifflein hinüber Schiessen,
Die Fäden sich begegnend fliessen,
Ein Schlag tausend Verbindungen schlägt;
Das hat sie nicht zusammengebettelt,
Sie hat's von Ewigkeit angezettelt,
Damit der ewige Meistermann
Getrost den Einschlag werfen kann.'