HET BEELD:


De wind waait over de aarde: het beeld van het Schouwen.
Zo bezochten de oude koningen de streken van de wereld.
Zij beschouwden het volk en onderrichtten het.


Als de wind over de aarde waait, komt hij overal, en het gras moet zich buigen voor zijn macht. Deze beide processen vinden in dit teken hun bevestiging. Ze werden in werkelijkheid omgezet in de instellingen van de koningen van de oudheid, die zich enerzijds door geregelde reizen een blik op hun volk verschaften, waarbij niets van wat als zede in het volk leefde hun kon ontgaan, en die daarbij anderzijds hun invloed gebruikten om de zeden, die niet juist waren, te veranderen. Het geheel wijst op de macht van een superieure persoonlijkheid. Zulk een persoonlijkheid zal een helder inzicht hebben in de werkelijke gevoelens van de grote massa, zodat men hem niet zal kunnen bedriegen; anderzijds zal hij door zijn tegenwoordigheid alleen al zulk een indruk op hen maken dat ze zich naar hem richten als het gras naar de wind.