HET OORDEEL:


De Onschuld. Verheven welslagen.
Bevorderlijk is standvastigheid.
Als iemand niet is zoals hij behoorde te zijn
Dan heeft hij ongeluk,
En het is voor hem niet bevorderlijk
Wàt dan ook te ondernemen.


De mens heeft van de hemel zijn oorspronkelijke goede natuur gekregen als leidstar bij alles wat hij doet. Door zich over te geven aan dit goddelijke in hem, verkrijgt de mens een loutere onschuld die, zonder heimelijk te speculeren op beloning en persoonlijk voordeel, eenvoudig met instinctieve zekerheid het juiste doet. Deze instinctieve zekerheid bewerkt verheven welslagen en is bevorderlijk door standvastigheid. Doch niet àl het instinctieve is natuur, in deze hogere zin van het woord; alleen het goede, dat in harmonie is met de wil van de hemel. Anders bewerkt een onoverlegde instinctieve handeling slechts ongeluk. Confucius zegt hierover: 'Wie van de onschuld afwijkt, waar komt die terecht? De wil en de zegen des hemels rusten niet op zijn daden.'