HET OORDEEL:


De Terugkeer. Welslagen.
Feilloos uitgaan en ingaan.
Vrienden komen zonder blaam.
Her en der gaat de weg.
Op de zevende dag komt de terugkeer.
Het is bevorderlijk een plaats te hebben
Waar men heen kan gaan.


Na een tijd van verval komt het keerpunt. Het sterke licht, dat voorheen was verjaagd, keert terug. Er is beweging. Deze beweging is echter niet geforceerd. Het bovenste teken K'oen heeft als karakter de overgave. Er is dus een natuurlijke beweging, die vanzelf ontstaat. Daarom gaat de omvorming van het oude ook heel gemakkelijk. Oude dingen worden afgeschaft, nieuwe dingen worden ingevoerd; beide maatregelen zijn in overeenstemming met de tijd en hebben daardoor geen schadelijke gevolgen. Er worden verenigingen van gelijkgezinden gevormd. Maar deze aaneensluiting voltrekt zich volkomen openlijk, de tijd is er gunstig voor; daarom is er geen sprake van zelfzuchtig particularisme en worden er geen fouten gemaakt. De terugkeer ligt in de loop van de natuur. De beweging is kringvormig, de weg is in zichzelf besloten. Daarom behoeft men niet kunstmatig te overhaasten. Alles komt vanzelf als het de tijd ervoor is. Dat is de zin van hemel en aarde.
Alle bewegingen voltrekken zich in zes etappes. De zevende etappe brengt dan de terugkeer. Zo komt in de zevende maand na de zomerzonnewende (waarna het jaar bergafwaarts gaat) de winterzonnewende; evenzo komt in het zevende dubbele uur na zonsondergang de zonsopgang. Daarom is zeven het getal van het jonge licht, die ontstaat doordat de zes, het getal van de grote duisternis, met één vermeerderd wordt. Daarmee komt er beweging in de stilstand.