HET OORDEEL:


De Strijd: je bent oprecht en wordt geremd.
Voorzichtig stilhouden halverwege brengt heil.
Tot het einde gaan brengt onheil.
Bevorderlijk is het de grote man te zien.
Niet bevorderlijk, het grote water over te steken.


Strijd ontstaat wanneer men het gevoel heeft in zijn recht te staan en op tegenstand stuit. Als men niet overtuigd is van zijn eigen goed recht leidt tegenstand tot arglist of onrechtmatig ingrijpen, maar niet tot openlijke strijd. Eenmaal in een strijd gewikkeld is het enige wat uitkomst kan brengen: krachtige bezonnenheid, die te allen tijde bereid is de onenigheid bij te leggen en de ander halverwege tegemoet te komen tot een vergelijk. Het is verkeerd de strijd tot het bittere einde uit te vechten, zelfs wanneer men gelijk zou krijgen, daar men op deze wijze de vijandschap bestendigt. Het is van belang de grote man te zien, dat wil zeggen een onpartijdig man, wiens autoriteit groot genoeg is om de strijd in der minne te schikken of rechtvaardig te beslechten. Anderzijds moet men het in tijden van onenigheid vermijden 'het grote water over te steken', dat wil zeggen gevaarlijke ondernemingen te beginnen, want daarvoor heeft men de samenwerking van alle krachten nodig, willen ze slagen. Inwendige strijd verlamt de kracht om het gevaar, dat van buitenaf dreigt, de baas te worden.