Bovenaan een zes betekent:

De vorst schiet op een havik op een hoge muur.
Hij doodt hem. Alles is bevorderlijk.


De havik op een hoge muur is het beeld van een machtig individu, dat een hoge positie inneemt en de bevrijding verhindert. Hij weerstaat de kracht van innerlijke invloeden aangezien hij verhard is in zijn slechtheid. Hij moet met geweld opzij worden gezet en daarvoor zijn doeltreffende middelen nodig.
Confucius zegt daarover:
'De havik is het doel van de jacht. Pijl en boog zijn de werktuigen en middelen. De schutter is de mens die de middelen voor het doel op de juiste wijze moet gebruiken. De edele bezit de middelen in zijn eigen persoon. Hij wacht de tijd af, dan handelt hij. Hoe zou alles dan niet goed gaan? Hij handelt en is vrij. Hij hoeft slechts uit te gaan en het wild neer te leggen. Zo gaat het ook met de mens die handelt nadat hij zijn middelen in gereedheid heeft gebracht.'