In het begin een zes betekent:

Herhaling van het Onpeilbare.
Men geraakt in de afgrond in een gat. Onheil.


Als men gewend raakt aan het gevaar, brengt dit licht met zich mee dat ook het eigen wezen ervan doordrongen wordt. Men weet er alles van en raakt gewend aan het kwaad. Daarmee is men van de rechte weg af geraakt, en onheil is het natuurlijke gevolg.