Zes op de derde plaats betekent:

Men laat zich benauwen door steen
En steunt op doornen en distels.
Men gaat in zijn huis en ziet niet zijn vrouw. Onheil!


Hier wordt een man getekend die onrustig en besluiteloos is in tijden van nood. Hij wil eerst vooruit; dan stoot hij op obstakels, die op de keper beschouwd alleen dán in nood brengen wanneer men de zaak onoverlegd aanpakt. Men wil met het hoofd door de muur en tengevolge daarvan voelt men de muur als een obstakel. Dan zoekt men steun in dingen die geen houvast kunnen bieden en alleen maar een gevaar beduiden voor degene die erop tracht te steunen. Nu keert men besluiteloos om en trekt zich terug in zijn huis, maar men ontdekt tot zijn teleurstelling dat zijn vrouw er niet is.
Confucius zegt over deze lijn:
'Als iemand zich laat benauwen door iets dat hem niet behoorde te benauwen zal er zeker schande over zijn naam komen. Als hij steunt op dingen waarop men niet steunen kan zal zijn leven zeker in gevaar geraken. Voor wie in schande en gevaar is, komt het doodsuur naderbij, hoe kan zo iemand dan nog zijn vrouw zien?'