HET OORDEEL:


Het Werk aan het Bedorvene heeft verheven welslagen.
Het is bevorderlijk het grote water over te steken.
Vóór het beginpunt drie dagen,
Ná het beginpunt drie dagen.


Wat door schuld van mensen is bedorven, kan door werk van mensen weer worden goedgemaakt. Het is geen onverbiddelijk noodlot, zoals gedurende de tijd van de Stilstand (hexagram 12: P'i), maar misbruik van de menselijke vrijheid dat de toestand van het verderf heeft veroorzaakt. Bij het werk van de verbetering zijn de vooruitzichten dan ook gunstig, daar ze in overeenstemming zijn met de door de tijd geboden mogelijkheden. Men mag alleen niet terugschrikken voor werk en gevaar - gesymboliseerd door het oversteken van het grote water - men moet energiek aanpakken. Een eerste vereiste voor het welslagen is echter dat men alles goed overlegt. Dat is uitgedrukt in de toevoeging: 'Vóór het beginpunt drie dagen, ná het beginpunt drie dagen'. Eerst moet men de oorzaken kennen die tot het verderf hebben gevoerd, anders kan men ze niet opheffen: daarom moet men waakzaam zijn gedurende de tijd vóór het beginpunt. Vervolgens moet men zorgen dat men goed in het nieuwe gareel komt, zodat een terugval wordt vermeden: daarom moet men waakzaam zijn gedurende de tijd ná het beginpunt. In plaats van de onverschilligheid en de traagheid die tot het bederf hebben geleid moeten nu vastberadenheid en energie aan den dag treden opdat het einde gevolgd zal worden door een nieuw begin.