In het begin een zes betekent:

Een spijspot met omgekeerde poten.
Bevorderlijk voor de verwijdering van de klonters.
Men neemt een concubine ter wille van haar zoon.
Geen blaam.


Als men de spijspot omkeert voordat men hem in gebruik neemt hindert dat niet: integendeel, op deze manier komen de ongerechtigheden eruit. Een concubine is op zichzelf niet veel bijzonders, maar wanneer zij een zoon heeft komt ze tot eer en aanzien.
Deze beide gelijkenissen drukken de gedachte uit dat in tijden van hoge cultuur, zoals het hexagram die schetst, een ieder die van goede wil is op de een of andere manier altijd wel iets kan bereiken. Al heeft men nog zo'n onaanzienlijke positie, wanneer men maar bereid is zich te louteren, wordt men aangenomen. Men krijgt de gelegenheid iets te ondernemen dat goede vruchten afwerpt en vindt daardoor waardering.