Negen op de derde plaats betekent:

De nokbalk buigt door. Onheil.


De persoon die hier getekend wordt is gedurende het Overwicht van het Grote geneigd tot heftig doordrijven. Hij neemt van anderen geen raad aan, zodat die van hun kant ook niet bereid zijn hem steun te verlenen. Daardoor groeit de last, het wordt: buigen of barsten. In tijden van gevaar zal eigenzinnig doordrijven de ineenstorting slechts verhaasten.