HET BEELD:


Boven het meer is de aarde: het beeld van de Toenadering.
Zo is de edele onuitputtelijk in zijn wens te onderrichten
En grenzeloos in het verdragen en beschermen van het volk.


De aarde grenst van bovenaf aan het meer, dat is het beeld van de toenadering en het overbuigen van een hooggeplaatste naar de lager staanden. Uit de beide delen van het beeld blijkt zijn gedrag ten opzichte van deze mensen. Gelijk de zee onuitputtelijke diepte vertoont, zo is de wijze onuitputtelijk in zijn bereidwilligheid de mensen te onderrichten; en gelijk de aarde onbegrensd alle schepselen draagt en verzorgt, zo verdraagt ook de wijze de mensen en zorgt hij voor hen, zonder door grenzen van welke aard ook enig deel van de mensheid uit te sluiten.