In het begin een negen betekent:

Het huwende meisje als concubine.
Een lamme die kan optreden.
Ondernemingen brengen heil.


De vorsten van de oudheid hadden een vaste rangorde voor de hofdames, die onder de koningin stonden evenals de jongere zusters onder de oudste. Vaak waren zij ook familie van de koningin, die hen zelf bij haar gemaal introduceerde.
De betekenis is deze: een jong meisje dat met toestemming van de wettige echtgenote haar intrede doet in een familie moet niet naar buiten de schijn willen wekken alsof zij haar gelijke is, doch dient zich bescheiden op de achtergrond te houden. Alleen als zij het verstaat de haar toekomende plaats in het gezinsverband met kiesheid in te nemen zal ze zich een positie verwerven die toch wel bevredigend is en zich geborgen voelen in de liefde van haar man aan wie zij kinderen schenkt. Dezelfde betekenis komt naar voren in de verhouding tussen ambtenaren. Een vorst heeft misschien iemand met wie hij persoonlijk bevriend is en die hij tot zijn vertrouwensman maakt. Deze moet zich in het openbare leven tactvol op de achtergrond houden en de voorrang laten aan de officiële ministers van staat. Hoewel hij door deze positie in zijn bewegingen wordt belemmerd (evenals een lamme) kan hij door de goedheid van zijn wezen toch iets uitrichten.