HET OORDEEL:


Beperking: Welslagen.
Bittere beperking mag men niet blijvend beoefenen.


Beperkingen zijn bezwaarlijk. Maar ze richten iets uit. Door spaarzaamheid in het dagelijks leven is men gewapend tegen tijden van gebrek. Door zich terug te houden bespaart men zich beschaming. Maar even onontbeerlijk zijn grenzen en beperkingen in de ordening der kosmische verhoudingen. De natuur heeft vaste grenzen voor winter en zomer, voor dag en nacht, en door deze grenzen krijgt het jaar zijn betekenis. Het nut van de spaarzaamheid is dat door vaste grenzen in de uitgaven de goederen behouden blijven en de mensen geen nadeel lijden.
Ook in de beperking moet men echter maat weten te houden. Als men zijn eigen natuur al te bittere beperkingen zou willen opleggen zou zij daaronder lijden. Als men de beperking der anderen te ver zou willen drijven zouden ze ertegen in opstand komen. Daarom moet men zelfs de beperking beperken.