HET BEELD:


Onder aan de berg is het meer:
Het beeld van de Vermindering.
Zo bedwingt de edele zijn toorn en beteugelt hij zijn driften.


Het meer onder aan de berg verdampt. Daardoor vermindert het ten gunste van de berg, die door zijn vochtigheid wordt verrijkt. De berg is het beeld van eigenzinnige kracht, welke zich tot toorn kan verdichten; het meer is het beeld van de uitgelaten vrolijkheid, die in hartstochtelijke driften kan ontaarden wanneer zij zich ten koste van de levenskrachten ontwikkelt. Daarom is vermindering noodzakelijk: de toorn moet door het stilhouden worden verminderd, de instincten door beperking worden beheerst. Door een zodanige besnoeiing van de lagere zielskrachten worden de hoge aanzichten van de ziel verrijkt.