Negen op de tweede plaats betekent:

Een roepende kraanvogel in de schaduw.
Zijn jong antwoordt hem.
Ik heb een goede beker. Die wil ik met je delen.


Hier is sprake van de onwillekeurige invloed van het innerlijke wezen op gelijkgezinde mensen. De kraanvogel hoeft zich niet op een hoge heuvel te vertonen; al laat hij ook geheel onzichtbaar zijn roep weerklinken, zijn jong herkent zijn stem toch wel en geeft antwoord. Waar een vrolijke stemming heerst vinden wij ook wel een kameraad die bereid is een beker wijn met ons te delen.
Dit is de echo die door sympathie in de mensen wordt gewekt. Waar een stemming zuiver en oprecht tot uiting komt, waar een daad de innerlijke gezindheid duidelijk uitdrukt, daar werken ze op onnaspeurlijke wijze ook in de verte; allereerst op degenen die er innerlijk voor open staan, maar deze kringen worden steeds breder. De wortel van alle inwerking ligt in het eigen binnenste. Als dat zich volkomen waar en sterk uit, in woord en daad, dan is de werking aanzienlijk. Die werking is slechts het spiegelbeeld van wat uit de eigen borst opwelt. Elke opzettelijkheid om een bepaald effect teweeg te brengen is reeds bij voorbaat tot mislukking gedoemd.
Confucius zegt daarover:
'De edele verwijlt in zijn kamer. Kiest hij zijn woorden goed, dan vindt hij instemming op een afstand van meer dan duizend mijl. Hoeveel te meer van dichtbij! Wijlt de edele in zijn kamer en kiest hij zijn woorden niet goed, dan wekt hij verzet op een afstand van meer dan duizend mijl. Hoeveel te meer van dichtbij! De woorden gaan van de eigen persoonlijkheid uit en werken op de mensen in. De werken ontstaan in de nabijheid en worden zichtbaar in de verte. Woorden en werken zijn de scharnieren en de voetboogveren van de edele. Naar gelang deze scharnieren en veren zich bewegen brengen zij eer of schande. Door woorden en werken beweegt de edele hemel en aarde. Moet men dan niet voorzichtig zijn!'